Vijf vragen aan Tjitske Visser

DYA dag

Moderne technologie maakt nieuwe vormen van samenwerking mogelijk én nodig. Waarde voor personen of maatschappij wordt steeds meer gevormd in netwerken van samenwerkende partijen in plaats van door een organisatie alleen.

Tjitske Visser heeft niet alleen promotieonderzoek gedaan naar samenwerking tussen partijen in het publieke domein, maar heeft ook veel praktijkervaring op dat gebied. We zijn dan ook heel blij dat we Tjitske bereid hebben gevonden om op de DYA dag 2019 haar kennis over effectieve ecosystemen met ons te delen. Als opwarmertje voor haar verhaal alvast vijf vragen aan Tjitske.

1. Je werkt bij het Openbaar Ministerie. Wat is daar het ecosysteem waar je mee te maken hebt?

DYA dag
De kerntaak van het Openbaar Ministerie is het opsporen en vervolgen van strafbare feiten. Het OM vervult daarmee een belangrijke rol in het veiligheidsdomein. Daarnaast kent het OM ook een civielrechtelijke taak ten aanzien van verplichte zorg voor personen die zichzelf of anderen in gevaar brengen. Daarvoor gaat op 1 januari 2020 een nieuwe wet in werking. Als programmamanager Verplichte Zorg werk ik aan de implementatie van deze nieuwe wet. Hiervoor werken we nauw samen met o.a. cliëntorganisaties, GGZ-instellingen, Gemeenten, de Rechtspraak en de Politie. Het is van belang om met deze organisaties te komen tot een uitwerking van de nieuwe wetgeving in gezamenlijke processen en informatie-uitwisseling. 

2. Je hebt onderzoek gedaan naar ecosystemen, wat behelsde dat onderzoek precies?

Ik heb onderzoek gedaan naar het succes en falen van grootschalige ICT-projecten in de publieke sector en de resultaten vertaald naar een instrument om de slaagkans te vergroten. Ik heb daarbij gekeken naar projecten waar meerdere overheidsinstellingen bij betrokken waren. 

Wat uit mijn onderzoek bleek is dat dergelijke gezamenlijke initiatieven alleen kans van slagen hebben als ze direct bijdragen aan het aanpakken van een maatschappelijk probleem. Alleen wanneer er een duidelijke noodzaak is om samen te werken zullen partijen de nodige moeite, tijd en geld in de samenwerking willen steken. Die noodzaak wordt vooral gevoeld als het gaat om een dominant “ketenprobleem”, i.e. in de publieke sector een serieus maatschappelijk probleem. 

Wat ik ook heb geleerd is dat een gezamenlijk initiatief alleen kan slagen als de betrokkenen de complexiteit en weerbarstigheid van de context erkennen en accepteren, in plaats van te proberen deze op te lossen. Een voorbeeld is dat bij een complex project de betrokkenen graag controle willen hebben op de voortgang en resultaten. Ze proberen de complexiteit op te lossen door vooraf een uitgebreide business case en planning op te stellen en alles zoveel mogelijk te expliciteren. Hiermee wordt echter een schijnzekerheid gecreëerd. Keteninitiatieven laten zich niet ‘vangen’ in een overzichtelijk projectplan of business case. Er zijn altijd onverwachte situaties en ontwikkelingen. Daarom is het beter hier vooraf rekening mee te houden door bijvoorbeeld kort-cyclisch te werken, veel feedback-loops in te bouwen en het project zo in te richten dat er continu bijgestuurd kan worden.

3. Je houdt je met name bezig met ecosystemen in de publieke sector. Denk je dat dat anders is dan commerciële ecosystemen?

Daar heb ik geen onderzoek naar gedaan en ik ken hier ook geen onderzoek over. Maar als ik het kort beschouw dan is mijn inschatting dat ecosystemen in de publieke sector weerbarstiger zijn en dat besluitvorming nog lastiger is. Het gaat in de publieke sector om maatschappelijke taken, waarvoor de verschillende organisaties van elkaar afhankelijk zijn om die goed uit te kunnen voeren. Organisaties zijn tot elkaar veroordeeld om samen te werken. Dat brengt andere problematiek met zich mee dan in een sector waarin er meer keuze is om samenwerking aan te gaan. Een grote uitdaging voor elk ecosysteem is het vinden en behouden van een effectieve balans tussen het gezamenlijke belang en het eigen belang.

4. In de titel van je DYA dag presentatie spreek je van ontwerpen op twee niveaus. Kun je dat nader toelichten?

In grootschalige samenwerkingsverbanden is het van belang om onderscheid te maken naar twee niveaus: het gemeenschappelijke niveau en het organisatieniveau (van een individuele organisatie). Informatisering kan op beide niveaus plaatsvinden maar er gelden andere wetmatigheden. Iets wat op het kleinschalige niveau van een organisatie goed werkt, werkt (zeker) niet per definitie goed op het grootschalige gemeenschappelijke niveau. Daarom zijn er andere inzichten en aanpakken nodig om ook op het gemeenschappelijke niveau de goede dingen te doen en de dingen goed te doen. 
Wat dat laatste betreft is het voor architecten belangrijk te beseffen dat enkel een passende architectuur niet voldoende is voor het slagen van een keteninitiatief, daarvoor is ook een passende aanpak nodig. Ik denk daarbij o.a. aan: deelnemers en deelnemersrollen (is er een partij die de voortrekkersrol vervult en wordt dat door de anderen geaccepteerd?), mate van sturing en de kenmerken van het veranderproces (snelheid en impact van de verandering).

5. Kun je architecten daarbij helpen?

Ik heb een instrument ontwikkeld dat de ‘fit’ beoordeelt tussen de voorgestelde aanpak en de huidige situatie. Bij een ‘misfit’ geeft het instrument inzicht in de aanpassingen die nodig zijn om de slaagkans van het initiatief te vergroten. Ik denk dat architecten hier ook veel aan kunnen hebben. Ik zal er in mijn presentatie meer over vertellen.

Meer weten over architectuur in ecosystemen?

We vertellen je er alles over op 22 maart 2019 tijdens de DYA dag. Voor aanmelden en meer informatie ga je naar de event pagina.

Info en aanmelden DYA dag