De architectuur van ecosystemen

architectuur ecosystemen

Jaren geleden werkte ik voor een automotive bedrijf. Daar was het ecosysteem-denken duidelijk aanwezig. Het produceren van een vrachtwagen bestaat namelijk voor een groot deel uit het assembleren van onderdelen die door andere producenten geleverd worden. In termen van Margherita Pagani is dit een voorbeeld van een closely vertically integrated model (Pagani 2013). Pagani onderscheidt verschillende typen ecosysteem. 

Closely vertically integrated model

Het closely vertically integrated model, is het klassieke waardeketenmodel. Het is gebaseerd op centralisatie. Het bestaat uit een (beperkt) aantal componenten die sterk verbonden zijn in een sequentiële waardeketen. Dit model wordt gedreven door de behoefte aan onafhankelijkheid en het hebben van controle over de gehele waardeketen. Dit model werkte prima in voorspelbare tijden waarin organisaties dezelfde producten en diensten gedurende lange tijd konden aanbieden. Dit gaf hen de tijd om hun eigen koninkrijkjes te vormen en zo de controle te houden over de gehele productie- en leveringsketen. In tijden van onvoorspelbaarheid en meer macht bij de klant staat dit model garant voor mislukking.

Loosely coupled coalition model

Het tweede model dat Pagani beschrijft, is het loosely coupled coalition model. Dit model ontstond als een reactie op toenemende marktcomplexiteit vanwege incrementele innovatie. Het gaat niet langer om een centraal gecontroleerde enkelvoudige waardeketen, maar om de opkomst van een meer open waardenetwerk met lossere verbanden van verschillende soorten samenwerking tussen de verschillende partijen in het netwerk. In de praktijk zie je wel dat vervolgens sommige bedrijven een centrale positie in de waardeketenstructuur in nemen. Vervolgens gebruiken ze die prominente positie om de regie over het netwerk te pakken. Hiermee zijn er nog steeds ongelijke machtsverhoudingen, maar de machtigere partijen zijn ook afhankelijk van anderen. De mogelijkheid om effectief verbinding met anderen te maken, is een belangrijke succesfactor in dit model.

Multisided platform

Het laatste model dat door Pagani wordt besproken, is het multisided platform. Een multisided platformbedrijf brengt twee of meer afzonderlijke groepen deelnemers bij elkaar die elkaar op de een of andere manier nodig hebben. Om dit mogelijk te maken, bouwt het bedrijf een infrastructuur die waarde creëert voor de deelnemers door de distributie-, transactie- en zoekkosten van interactie te verminderen. Bekende voorbeelden van multisided platformbedrijven zijn eBay, Visa en Google. Multisided platforms kunnen twee of meer zijden hebben. Hoe meer kanten, hoe hoger de mate van complexiteit en hoe groter de uitdaging om de belangen van alle partijen in evenwicht te houden. Het multisided platformbedrijf verdient geld aan het faciliteren van de deelnemers. Zo kunnen deelnemers (van één of alle kanten) een vergoeding betalen om toegang te krijgen of wanneer een transactie tussen deelnemers plaatsvindt.

Een belangrijke, maar controversiële, bron van inkomsten is ook het verzamelen en verkopen van gegevens die worden gegenereerd door het gebruik van het platform. Om succesvol te zijn, moeten multisided-platforms netwerkeffecten genereren: de waarde van het platform neemt toe naarmate meer consumenten ze gebruiken of meer leveranciers aansluiten. Een creditcard is waardeloos als geen enkel bedrijf het accepteert. Bedrijven zullen niet investeren in elektronische betaalapparatuur als geen consument het gebruikt. Het multisided platformmodel wordt steeds populairder. Interessant is dat het kan worden beschouwd als een terugkeer naar gecentraliseerde macht. Geen macht over welke waarde wordt gecreëerd en aangeboden, maar macht over wie toegang krijgt tot wie bij het creëren en consumeren van waarde.

Blockchain model

Een vierde model, niet genoemd door Pagani, is het “blockchain model”. De ambitie van dit model is meer gelijkwaardigheid tussen de samenwerkende partners.
De meeste organisaties zijn niet langer in een positie om zelfstandig te bepalen welke waardepropositie ze aanbieden aan de markt. Door digitalisering bepalen klanten in plaats van organisaties in toenemende mate de waarde die aangeboden moet worden. En met een toename in keuzes, leren klanten steeds vaker een uitstekende service te verwachten. Voor de meeste organisaties is de enige manier waarop ze aan de hoge verwachtingen kunnen voldoen, samenwerking met partners en bij voorkeur de klanten zelf.

Om succesvol te zijn, wordt het ecosysteem, de verscheidenheid aan organisaties en individuen die elk hun eigen sterke punten hebben, maar ook anderen nodig hebben om hun doelen te realiseren, steeds belangrijker. Het gaat niet langer om het bezitten van de juiste middelen, maar om het kunnen aanboren van de juiste mogelijkheden, uit welke bron dan ook. Om dit te laten werken is het van cruciaal belang dat deelnemers gegevens en informatie uitwisselen, dat er een mechanisme van vertrouwen is en een model voor samenwerking, en dat er flexibiliteit is in coalitievorming.

Onder elk type ecosysteem ligt een andere architectuur. Voor architecten is het zaak helder te krijgen welke rol in welk type ecosysteem de eigen organisatie heeft (of wil hebben) en vast te stellen wat dit betekent voor de eigen architectuur en de, al dan niet impliciete, ecosysteemarchitectuur. 

Meer weten over architectuur in ecosystemen?

Meld je dan aan voor de DYA dag op 22 maart 2019. Voor meer informatie en aanmelden klik je op onderstaande knop.