Drie nieuwe kwaliteitsattributen om slimmer te testen

Robots en Artificial Intelligence

De opkomst van robotica en kunstmatige intelligentie vragen om nieuwe kwaliteitsattributen voor testen. Welke nieuwe attributen dat zijn kun je vanaf 1 juni lezen in het nieuwe boek ‘Testing in the digital age – AI makes the difference’. Aanmelden voor de lancering van het boek kan via de knop onderaan deze blog. Rik Marselis, één van de auteurs legt uit wat de nieuwe attributen voor met name AI inhouden. 

Intelligente machines

Intelligente machines duiken overal in ons dagelijks leven op. Denk aan een digitale assistent zoals Apple’s Siri of Amazon’s Alexa, of een volautomatische robot, zoals een zelfrijdende auto.Mensen moeten op een of andere manier vertrouwen krijgen zodat ze een intelligente machine willen gaan gebruiken.

Angst voor nieuwe technologie

In het rapport ‘De Frankenstein-factor in IT’ beschrijven de auteurs van Sogetilabs/VINT vier soorten angsten die mensen bewust of onbewust hebben m.b.t. machines die (enigszins) intelligent gedrag vertonen. Die angsten maken dat de meeste mensen niet onmiddellijk deze nieuwe technologie omarmen.

Functioneel en niet-functioneel testen

Softwaretesters zijn al decennialang gewend om bij te dragen aan het vertrouwen in IT-systemen. Om het concreet te maken gebruiken we meestal kwaliteitsattributen. De hoofdindeling is ‘funtionals’ versus ‘non-functionals’. Functionele risico’s worden doorgaans afgedekt door diverse soorten testen te doen om vast te stellen of het systeem doet wat het moet doen. 

De niet-functionele aspecten hebben een grote verscheidenheid. De ISO 25010 standaard heeft (naast functionaliteit) zeven hoofdgroepen van non-functionals, waaronder gebruikersvriendelijkheid, performance en security. 

Nieuwe kwaliteitsattributen

Elke hoofdgroep heeft diverse sub-attributen. In ons onderzoek hebben we vastgesteld dat kunstmatige intelligentie en robotica diverse kenmerken hebben die niet binnen de bekende kaders vallen. Daarom hebben we nieuwe kwaliteitsattributen gedefinieerd, als aanvulling op de ISO25010 standaard.

Met betrekking tot het uiterlijk van robots voegen we ‘Embodiment’ (belichaming) toe aan de hoofdgroep ‘Usability’. Het is namelijk heel belangrijk dat het uiterlijk en de vormgeving van een robot aansluit bij het doel en de werking van het apparaat, maar ook bij de verwachtingen van de gebruikers. De reden dat veel robots een speelgoedachtig uiterlijk hebben is dat dit vriendelijk en weinig bedreigend overkomt.

Artificial Intelligence

Voor kunstmatige intelligentie hebben we drie hoofd-attributen toegevoegd: Intelligent behavior, Morality en Personality. Dit  zijn aspecten van het intelligent gedrag die afzonderlijk beoordeeld kunnen worden. Zo wil je bijvoorbeeld inzicht hebben in het vermogen van een zelflerend algoritme om te blijven leren. Maar ook improvisatie en creativiteit zijn een interessante factor om te testen (en op dit moment trouwens nog een brug te ver voor de bestaande intelligente machines). 

Verder is ethiek belangrijk, denk maar eens aan de vraag of ‘killer-robots’ al of niet wenselijk zijn. Intelligente machines die nauw met mensen samenwerken (zogenaamde cobots) moeten persoonlijkheidskenmerken hebben die nauw aansluiten bij wat de gebruiker verwacht. Zo is het denkbaar dat een persoonlijke chatbot zijn reacties aanpast aan de stemming van de gebruiker.

Vertrouwen

Door het uitbreiden van de bestaande set van kwaliteitsattributen met drie nieuw hoofd-attributen en diverse sub-attributen, die speciaal op intelligente machines zijn gericht, hebben we een belangrijke stap gezet voor het bouwen aan het vertrouwen in deze veelbelovende nieuwe technologie.

Meer weten over nieuwe kwaliteitsattributen in testen? 

In ‘Testing in the digital age – AI makes the difference’ gaan we dieper op de nieuwe attributen in. Wil je bij de boeklancering op 1 juni zijn en een gratis boek ontvangen? Meld je dan direct aan.